Ontstaan van het museum

Het museum is ontstaan toen de collectie toverlantaarns, toverlantaarnplaten en aanverwante items van verzamelaar Martin Vliegenthart niet meer in zijn huis paste.

Rond 1978 is hij per ongeluk met zijn verzameling begonnen.

Zijn vader was onder-directeur bij de meelfabriek "De Korenschoof" in Utrecht. De fabriek werd in 1978 gesloten. In een kelder van de fabriek werden toverlantaarnplaten van de fabriek, de werknemers, machines en de winkels en het personeel gevonden. Maar er was geen toverlantaarn om al deze herinneringsbeelden te projecteren. Toen Martin in antiek winkel “Het oog” in Utrecht een toverlantaarn zag staan, heeft hij deze gekocht. Nu konden alle toverlantaarnplaten van de fabriek goed bekeken worden.

Dit is het begin van een zeer uit de hand gelopen hobby.

In 2015 kreeg hij de tip dat men herbestemming voor het GGZ Willibrordus gebouw zocht. Het gebouw voldeed niet meer aan de hedendaagse normen om psychiatrische patiënten te huisvesten en zocht men een nieuwe bestemming voor de verschillende ruimtes. In een deel van het souterain, van het hoofd gebouw, is nu het Toverlantaarn Museum Heiloo gevestigd. En is de collectie opengesteld voor het publiek en zo kan iedereen kennismaken met de voorloper van alle hedendaagse presentatie middelen.

In 2019 heeft hij besloten "Stichting Toverlantaarn Museum Heiloo" op te richten en zijn collectie daar, in bruikleen ,in onder te brengen.


De toverlantaarn volgens Wikipedia

De toverlantaarn is waarschijnlijk uitgevonden door Christiaan Huygens rond 1654, hoewel ook wel beweerd wordt dat Leonardo da Vinci anderhalve eeuw eerder experimenteerde met een soort lanterna magica. De fotografie was destijds nog niet uitgevonden en de toverlantaarn werkte daarom met handgeschilderde afbeeldingen. Aanvankelijk werd de toverlantaarn voornamelijk gebruikt in aristocratische kringen. In de 18e eeuw ontstonden meer mogelijkheden met deze lantaarns. Zo kon men gebruikmaken van effecten als substituties, plotselinge verschijningen en verdwijningen enz.

Een toverlantaarn bestaat uit verschillende onderdelen. Op de achterwand bevindt zich een holle spiegel, die als condensor fungeerde. Aan de voorkant zit een lens als objectief waarachter glasplaatjes kunnen worden geschoven. Tussen de holle spiegel en het glasplaatje bevindt zich een lichtbron. Een afbeelding die met transparante verf op het glasplaatje is aangebracht, wordt geprojecteerd op een zich voor de toverlantaarn bevindend scherm. De lichtbron was aanvankelijk een kaarsvlam of een olielampje, later een gasvlam, en nog later een gloeilamp.

Hoewel het mogelijk is om niet-doorzichtige afbeeldingen te gebruiken, werd en wordt in vrijwel alle gevallen een afbeelding gebruikt op een doorzichtig glasplaatje. Deze glasplaatjes moeten erg nauwgezet gefabriceerd worden. Kleine foutjes worden namelijk fors uitvergroot tijdens de projectie. Sommige plaatjes bevatten bewegende onderdelen, zodat bijvoorbeeld een schommelend schip wordt geprojecteerd.

De afbeeldingen op de glasplaatjes vormden meestal illustraties van een sprookje of zedenschets. Zo hadden ze ook iets weg van een stripverhaal.

Video's